13-11-13

Recensie: Blauw - Liesbeth Mende

Titel: Blauw
Auteur: Liesbeth Mende
Genre: Jeugd
Uitvoering: Paperback
160 pagina’s | Gottmer Uitgevers Groep | september 2013
Liesbeth Mende:
Liesbeth Mende won met een van haar korte verhalen de Elle Literatuurprijs en debuteerde met haar roman Afhaalmeisje bij De Arbeiderspers. Ze schrijft toneelstukken voor kinderen en volwassenen. Blauw is haar eerste jeugdboek.

Het verhaal:
Nikki probeert te overleven. Dat is niet eenvoudig nu ze met haar moeder naar een somber flatje is verhuisd. Haar moeder heeft Bert gedumpt, de enige vaderfiguur in Nikki's leven. Als een nieuwe liefde alle aandacht van haar moeder opeist en Nikki's enige vriendin Tanja ook nog eens een vriendje krijgt, lijkt niemand zich meer om Nikki te bekommeren. In een poging om grip op haar leven te krijgen, raakt Nikki's gedrag steeds meer beheerst door dwangneuroses en obsessies. Zo weet ze zeker dat haar aardrijkskundeleraar en zij voor elkaar voorbestemd zijn. En dat ze, als ze hem zoent, niet met haar moeder en nieuwe 'stiefvader' op vakantie hoeft. En dat als ze maar blauwe kleren draagt alles goed zal komen. Een ontroerend boek over de pijn én de veerkracht van een puber. 

Mijn mening:
Het boek Blauw ziet er prachtig uit; mooie cover, een blauwe bladsnede en blauwe letterkleur. Alles aan het boek ademt blauw, net als haar hoofdpersonage Nikki. Nikki draagt alleen maar blauwe kleding, tot aan haar sokken en onderbroek toe, zelfs haar laarzen zijn blauw van kleur. Want van de kleur blauw wordt Nikki rustig in haar hoofd. Het boek Blauw is geen verhaal met opsmuk en bombarie, maar is juist klein en kwetsbaar geschreven met Nikki als hoofdpersonage. Mede daardoor is het verhaal ontroerend, meeslepend en confronterend. Je nestelt je als lezer zijnde als het ware in Nikki’s hoofd en wordt onderdeel van haar gedachten, dwangneuroses en obsessies. 

„Op het moment draag ik alleen maar blauwe kleren, daar word ik rustig van in mijn hoofd. Alles moet blauw, van mijn onderbroek tot mijn sokken en schoenen. Mijn gympen hebben alleen één blauwe streep, maar toch heb ik ze goedgekeurd.”

Nikki en haar moeder verhuizen na haar moeders breuk met Bert, Nikki's stiefvader, naar een kleine flat. Een week na de verhuizing sterft Buddy haar cavia, ze kan hem zelfs niet begraven, ze hebben alleen maar een betonnen balkon. Woonden ze nog maar bij Bert, die een grote tuin heeft en waar haar eigen struik Joachim staat, een struik waarin Nikki wegkroop en waar ze zich veilig voelde. Haar moeder vindt dat Bert een voorbij station is en wil verder met haar leven. Nikki zoekt steun bij haar smurfenalbums en de sporadische gesprekken met Bert. 

Toen Nikki en haar moeder een jaar geleden in de flat kwamen wonen, leerde Nikki Tanja kennen en werden ze vriendinnen. Maar Tanja krijgt een vriendje, Lars, en ook Nikki’s moeder heeft een nieuwe vriend, Martijn, die 3 kleine kinderen heeft. Nikki haat 'de monsters' die zo druk zijn en kan het niet verkroppen dat haar moeder hen in hun leven toelaat en hierdoor minder aandacht voor haar, Nikki heeft. Nikki wil zo graag gezien en gehoord worden, ze schreeuwt om liefde en aandacht. Nikki vervreemdt van de mensen om haar heen, ze trekt zich steeds vaker terug in haar eigen gedachtenwereld. Een gedachtenwereld welke meer en meer beheerst wordt door dwangneuroses en obsessies. Als ze de opdrachten die ze zichzelf geeft maar goed uitvoert, dan komt alles goed. Wat begint met drie keer schaap moéten zeggen tegen Tanja en het moéten aanraken van het litteken van meneer G, haar leraar aardrijkskunde, loopt steeds verder uit de hand. Nikki heeft een obsessie voor meneer G en denkt dat ze voor elkaar bestemd zijn. Ze stalkt hem maar hij wijst haar af. Ook haar obsessie voor de smurfen wordt steeds absurder.

„Als ik vier keer mijn schoenzool aanraak met de wijsvinger van mijn linkerhand, als ik alle woorden die op deze bladzijde staan tel, als ik vijf keer met mijn duim Tanja aanraak zonder dat zij er iets van merkt. Als ik spuug in de klas. Als ik zomaar ineens een bladzijde uit mijn schrift ruk. Uit je boek! Nee, mijn schrift. Boek! Als ik in één keer mijn nagel afscheur. Als ik dat allemaal doe dan vindt meneer G. mij méér dan leuk.”

„Alles kan goed komen als ik met mijn rechtervoet twee keer de stoep aantik, als ik van de eerstvolgende struik in één ruk een heel blaadje aftrek, als ik vijf keer met mijn duim tegen mijn wang tik. Mama’s liefde kan verdampen. Martijn kan uit ons leven verdwijnen. Meneer G. en ik kunnen samenkomen, als ik zes keer met mijn wijsvinger precies het midden van mijn kin aantik.”

„Smurfin is op zoek naar zichzelf en midden in Peru, diep in het oerwoud, in een diepbruin glanzend modderbad komt ze erachter wie ze werkelijk is.”

Blauw: een ontroerend, indrukwekkend en confronterend verhaal over Nikki, wiens leven steeds meer beheerst wordt door dwangneuroses en obsessies. Als lezer voel je Nikki's worsteling met haar leven en de wereld om haar heen. Ze wil zo graag gezien en gehoord worden, maar vervreemdt meer en meer van de mensen uit haar omgeving. Ik vond het een verrassend verhaal, waarbij ik in het begin even moest wennen aan de schrijfstijl maar al snel meegevoerd werd met Nikki's gedachten, dwangneuroses en obsessies. Blauw: een jeugdboek welke ook voor volwassenen de moeite van het lezen waard is!

2 opmerkingen: