17-01-14

Recensie: Moeder wanneer ga je nu eens dood - Martina Rosenberg

Titel: Moeder, wanneer ga je nu eens dood
Auteur: Martina Rosenberg
Genre: Waargebeurd: gezondheid
ISBN: 9789045025292
256 pagina’s | Atlas Contact | november 2013
Martina Rosenberg:
Martina Rosenberg (1963) is schrijver en journalist. Na een langdurig verblijf in het buitenland keerde ze met familie terug naar Duitsland en haar ouderlijk huis. Ze studeerde marketing en journalistiek en was jarenlang medewerker public relations bij het Rode Kruis. 

Het verhaal:
Volgens de Nederlandse regering moeten kinderen in de toekomst hun hulpbehoevende ouders verzorgen. Wat voor verwoestende gevolgen dat kan hebben beschrijft Martina Rosenberg in dit boek. Zij trok met man en kind in bij haar ouders, in de hoop dat iedereen elkaar van dienst kon zijn. Grootouders passen op het kleinkind, de kinderen doen af en toe een boodschap voor de ouders. Maar dan dementeert Rosenbergs moeder, krijgt haar vader een hersenbloeding, en moet de dochter stap voor stap de organisatie van en de verantwoording voor het leven van haar ouders op zich nemen. Ze probeert wanhopig te voldoen aan alles wat er van haar wordt verwacht, en faalt, tot ze, na negen jaar, nog maar één ding denkt: Moeder, wanneer ga je nu eens dood. Dit onbarmhartig eerlijke verslag verwoordt de ergernis, de angst en het schuldgevoel van iedereen die ongewild de verzorger van zijn ouders wordt. Waar ligt de grens van wat je aan `moet kunnen?

Mijn mening:

„Als ik toen had geweten wat ons jaren later te wachten stond, was ik beslist met mijn hele hebben en houden naar het andere einde van de wereld verhuisd.”

Het verhaal is gelezen, ik staar een tijdje stil voor me uit en merk dat er tranen over mijn wangen rollen. Dit aangrijpende, eerlijke en rauwe verhaal komt zó dichtbij, raakt me zó diep. En is helaas gedeeltelijk zó herkenbaar. Het is een verhaal welke ik las met een lach en een traan; sommige fragmenten raakten me diep en bezorgden me tranen in mijn ogen, om andere fragmenten moest ik lachen, wellicht ook omdat het vaak zulke herkenbare situatie’s zijn. 

„Mijn moeder herinnert zich nu echt niets meer! En op hetzelfde moment dringt tot me door wat ik zeg. Ze verliest niet alleen haar herinnering - ze verliest ons, ze verliest haar man, ze verliest gewoon alles, en uiteindelijk verliest ze zichzelf. Als dat tot me doordringt, kan ik mijn tranen niet meer bedwingen. Ik begin ongeremd te huilen.”

„Mijn vader kan vanwege zijn halfverlamde stembanden niet meer zo hard praten en herhaalt elke dag minstens drie keer „ik kan niet meer praten”. Mijn moeder antwoordt dan: „ik versta je niet. Kun je niet wat harder praten?”

Wanneer Martina Rosenberg met haar man en dochter Lena na een langdurig verblijf in Griekenland terugkeert naar Duitsland, lijkt het een goed idee het leegstaande bovenhuis van haar ouders te betrekken en zo het ouderlijk huis om te vormen tot een meergeneratiehuis. Voor hun dochter is het fijn dagelijks contact met haar grootouders te hebben. Voor haar ouders zijn de aanspraak en hulp een zegen. Maar als eerst haar moeder de diagnose vasculaire dementie krijgt en haar vader kort daarop een beroerte krijgt en depressief wordt, verandert het dagelijks leven van Martina al snel in een nachtmerrie. In dit boek verwoordt zij haar worsteling met gevoelens van onmacht, verdriet, pijn, schuldgevoelens en boosheid. Zij schrijft tevens over de consequenties voor haar eigen gezondheid en carrière.

„Het is me nu wel duidelijk dat al mijn pogingen om hen optimaal te verzorgen niets aan hun toestand veranderen. Mijn vader blijft nors en depressief, mijn moeder is zichzelf niet meer en in haar hoofd is het één grote chaos. Het is me niet gelukt hun kwaliteit van leven merkbaar te verbeteren. De onbeschrijflijke hopeloosheid op hun gezicht, het leed dat ze doorstaan en de woede van mijn vader - ik kan er niet meer tegen. Ons leven is uit balans geraakt.”

„Moeder, waarom leef je nog, vraag ik me af. Wat heeft dit nog voor zin? Al twee jaar geleden hoopte ze te kunnen sterven, maar het ziet ernaar uit dat ze gedoemd is om te blijven leven. Een gelukkige indruk maakt ze allang niet meer. Alles in haar leven is veranderd in een nachtmerrie. Steeds vaker vraag ik me af waarom ze dit alles moet doorstaan.”

Martina besluit enige afstand te nemen van haar ouders en het gezin verhuist naar een eigen woning in de nabijheid van het ouderlijk huis. Dan krijgt Martina een telefoontje dat het slechter gaat met haar moeder. Ze blijkt longontsteking te hebben. De huisarts wil haar behandelen door het geven van antibiotica en het toedienen van zuurstof. Martina wil echter geen behandeling voor haar moeder meer. Na enkele dagen overlijdt haar moeder.

„We willen niet dat onze moeder nog meer lijdt. We hebben het lang genoeg moeten aanzien. Ze heeft te vaak om verlossing gevraagd. Vragen als 'Waarom laten jullie me niet sterven?, die dan later alleen nog maar door haar smekende blik konden worden herhaald. We waren niet in staat haar wens te vervullen, maar nu willen we haar helpen. Een ding is duidelijk, durf ik te zeggen. Als mijn moeder een kans heeft om te sterven, dan zullen we die wens vervullen!”

„Als ik weer adem wil halen, begin ik te snikken, en daarna begin ik ongeremd te huilen. Ik kan niet meer stoppen. Ik huil om haar en om mij, en om al die zinloze, gruwelijke jaren die nu eindelijk achter ons liggen.”

Moeder wanneer ga je nu eens dood: een erg aangrijpend en heftig verhaal. Een verhaal welke dichtbij komt, gedeeltelijk herkenbaar is en me dan ook diep raakt. Na het lezen blijft het verhaal door mijn hoofd spoken. Ik huil om mijn (schoon)moeder die deze zelfde ziekte hebben, een ziekte die zo vreselijk is, zo uitzichtloos. De gevoelens van onmacht, pijn, het verdriet en schuldgevoelens welke Martina in dit boek beschrijft zijn dan ook herkenbaar. Toch is het een verhaal welke je leest met een lach en een traan: sommige fragmenten maakten dat ik moest huilen, om andere fragmenten heb ik gelachen, wellicht omdat ze zo herkenbaar zijn. Na het lezen van dit verhaal denk ik bij mezelf; ik ben blij dat we niet in één huis met mijn (schoon)ouders wonen en zo nog wat afstand kunnen creëren. Het verhaal speelt zich af in Duitsland en hoewel daar de zorg voor ouderen meer op de schouders van kinderen terechtkomt dan in Nederland, en dit zelfs in wet- en regelgeving vastgelegd is, zijn er in Nederland ook steeds meer signalen dat er vaker een beroep op de kinderen, de buurt, vrienden of kennissen gedaan zal moeten worden. Het kabinet wil dat kinderen in de toekomst vaker de taak van mantelzorger op zich zullen nemen. Maar tot hoever reikt de grens van het bieden van mantelzorg? Het boek is taboedoorbrekend en het kabinet zou er goed aan doen alvorens de bezuinigingen binnen de ouderenzorg door te voeren, dit boek te lezen.

4 opmerkingen:

  1. Wauw, dat klinkt echt als een erg intens boek.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoewel het boek taboedoorbrekend is, ben ik het niet eens met je laatste opmerking en ik hoop het ook op een "andere manier" te doen..........met als motto: "mijn laatste wens en wanneer" .

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mooie recensie over een heel aangrijpend en confronterend boek!

    BeantwoordenVerwijderen