30-04-14

Recensie: Afterparty - Anne Wijn

Titel: Afterparty
Auteur: Anne Wijn
Genre: Waargebeurd: gezondheid
ISBN Ebook: 978-94-90352-35-6
159 pagina's | Schrijverij Mooi Mens | april 2014

Anne Wijn:
Anne schrijft haar verhaal mede om tegen ex-comapatiënten en mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) te zeggen: „Blijf de aandacht niet continu op jezelf richten, maar stel je open voor andere mensen. Door je werkelijk te interesseren voor anderen kom je pas echt verder. Denk vooral niet dat je het middelpunt blijft, daar schiet je niets mee op.” 

Het verhaal:
Anne is de jongste van drie zussen en het populairste meisje van de klas. Ze koopt die middag nietsvermoedend een verjaardagscadeau voor haar vriendin, verheugt zich op het feestje en verschijnt de maandag erna niet op school. Na twee maanden coma opent ze voor het eerst haar ogen. Als ze naar huis mag, is ze een baby van twaalf jaar. Ondanks een slechte prognose is ze nu getrouwd, moeder van twee kinderen en gelukkig. Hoe een bizar ongeluk de levens van twee gezinnen kan veranderen. 

Mijn mening:
„Verwerken vind ik nog steeds grote onzin. Je leeft er al jaren mee, de beperkingen zijn onderdeel van jezelf. Anders gezegd: dit ben jij. Je moet er mee verder, je kunt nooit meer terug.”

Een indrukwekkend verhaal, het verhaal van Anne die als elfjarig meisje een ongeluk krijgt waarbij ze in coma raakt. In dit boek schrijft Anne over de gevolgen van het ongeluk. Ze schrijft over haar beperkingen, de moeilijkheden waar ze tegenaan loopt en haar jarenlange revalidatie. Naast Anne’s verhaal lezen we ook fragmenten uit het schriftje van haar moeder en vertelt haar zus Margot haar verhaal over het ongeluk en de periode daaropvolgend. Uit Anne’s verhaal blijkt duidelijk haar positieve kijk op het leven, haar kracht en doorzettingsvermogen. Een verhaal waarbij je als lezer dan ook bewondering voor Anne krijgt. „Geniet van het leven, het is mooi, je kunt van iedere dag een feestje maken.” 

Anne’s leven ziet er voor het ongeluk rooskleurig uit; ze heeft lieve ouders, is het populairste meisje van de klas, heeft vriendjes en vriendinnetjes. Ze haalt goede cijfers op school en zal volgend schooljaar naar het gymnasium gaan. Ze staat actief in het leven; zit op muziekles, speelt dwarsfluit, turnt en speelt hockey. Het leven is goed. 

Op 9 november 1984 zal haar leven radicaal veranderen. Anne wordt na afloop van het verjaardagsfeestje van vriendin Madelief met een aantal klasgenootjes in een bestelbusje naar huis gebracht. Onderweg blijkt dat de achterdeuren van de bestelbus niet goed zijn afgesloten, Anne valt samen met Fleur uit de bestelbus. Anne komt ongelukkig terecht en raakt in coma waaruit ze na twee maanden zal ontwaken. Anne blijkt verlamd en aan één oog blind te zijn, terwijl het gezichtsvermogen van haar andere oog beperkt is. Prikkels van buitenaf en verhalen van andere mensen komen traag binnen. Ze belandt in een rolstoel en lijkt geen enkele toekomst te hebben. Een jarenlange revalidatie volgt waarbij ze opnieuw moet leren lopen, schrijven en leren omgaan met haar beperkingen. 

„Wanneer je als elfjarige een fijn leven hebt, en je leven verandert in één keer radicaal zodat je alles opnieuw moet leren, dan is het alsof je opnieuw geboren wordt in het lichaam van een twaalfjarig kind. Als je zoiets als een wedergeboorte meemaakt, ben je anders en zeker niet met je puberteit bezig. Eigenlijk wordt je in één keer volwassen in het lichaam van een kind.”

Onderwijs volgen op een reguliere scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs blijkt geen succes te zijn, Anne wordt steeds geconfronteerd met haar mindere vermogens tegenover haar leeftijdsgenoten, wat zorgt voor onzekerheid. Het leren kost haar veel energie en ze vindt weinig aansluiting bij haar medeleerlingen. 

„Vrolijk zijn. Lachen. Wat moet ik anders? Ik kan moeilijk de hele dag gaan zitten denken over de gevolgen van het ongeluk. Daarom doe ik mezelf anders voor dan dat ik eigenlijk ben. Veel lachen en grapjes maken. Het lachen verzacht de pijn die op de achtergrond aanwezig is. Ik weiger om constant depressief te zijn. Ik zoek de oplossing en het geluk wel ergens anders.”

Anne maakt de overstap naar een school voor zieke en lichamelijk gehandicapte kinderen. Hier doet ze positieve ervaringen op, heeft ze het naar haar zin. Ze merkt dat ze meer kan dan de andere kinderen, dit zorgt voor een toename van haar zelfvertrouwen. „Ik vind het fijn dat ik geaccepteerd word in de handiewereld.” 

„In de weekenden en tijdens vakanties voel ik me weer Anne de nietsnut. Door de vergelijking met mijn zussen wordt het niet veel beter. Zij zitten op een normale school, in de laatste jaren van het vwo. Lieke en Margot hebben normale vrienden, zij kunnen wel sporten en muziek maken. Het is geen jaloezie wat ik voel, misschien een beetje, ik besef alleen dondersgoed dat ik een andere toekomst tegemoet ga dan mijn zussen.”

Haar advocaat zorgt dat ze uiteindelijk smartengeld krijgt toegewezen. „Even voel ik me echt blij. Twee seconden. Want wat heb je aan geld als je niet veel kunt en er niet van kunt genieten?” Anne slaagt voor haar Mavo diploma, wordt 3e bij de Europese kampioenschappen rolstoeldansen en haalt haar Havo diploma. Ze begint aan de opleiding psychologie, haalt goede resultaten en krijgt langzaam weer een prettig leven; krijgt vriendinnen, kennissen en vriendjes, wordt lid van de studentenzeilvereniging en de JOVD. Anne krijgt steeds meer zelfvertrouwen. 

Anne ontmoet Michiel met wie ze een relatie krijgt. Hij en zijn familie accepteren haar zoals ze is, met haar beperkingen. "Hij kent mij niet van voor het ongeluk, heeft geen idee dat ik vroeger heel anders was. Dat ik toen meer mogelijkheden had voor een geweldige toekomst.” Met Michiel bouwt Anne een toekomst op; ze gaan samenwonen, trouwen en krijgen twee kinderen, Roos en Tom. 

Anne heeft haar leven weer opgebouwd; heeft een gezinsleven met Michiel en hun kinderen, heeft een baan in de zorg op een zorgintensieve groep en heeft haar rijbewijs gehaald. Ze is gelukkig en geniet van iedere dag. „Sommige mensen hebben huizen, zwembaden en dure auto’s nodig om te genieten. Voor mij is het gezinsleven voldoende. Mijn vader zegt nog steeds: Geniet van het leven, het duurt maar even. Sta op met een lach, dan wordt dit jouw dag.”

„Ik ben eraan gewend dat ik onhandig ben, dingen laat vallen, niet helemaal recht loop waardoor ik altijd dronken lijk, niet goed zie en niet met de kinderen van de waterglijbaan kan vanwege de pijn in mijn stuitje door de decubitusplek. Wanneer intens genieten van het leven lang genoeg bestaat, verdwijnt het negatieve naar de achtergrond. Ik ben heel blij dat ik leef en een rijker mens ben geworden. Misschien presteer ik minder dan anderen. Dit vind ik niet erg. Zo lang ik maar iets kan betekenen. Ik voel me niet meer de mindere, al heb ik af en toe nog minderwaardigheidsgevoelens.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten