12-12-16

Recensie: Over de rand - Arianne Grootendorst


Titel: Over de rand
Auteur: Arianne Grootendorst
Recensie: Thea
Genre: Waargebeurd
ISBN: 9789045211671 
288 pagina's | Karakter Uitgevers | november 2016

Arianne Grootendorst:
Arianne Grootendorst groeide op in Hellevoetsluis als kind van een huisarts. Ze studeerde bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze heeft een dochter en werkt als leerkracht op een basisschool.

Het verhaal:
Het is een kille nacht in februari. Arianne Grootendorst wordt wakker in haar bovenwoning in Rotterdam. Het is donker en ze ligt in bed. Haar eerste gedachte is: ik krijg geen lucht, en ze hapt naar adem. Op haar zit een reusachtige man die haar keel dichtknijpt en als een waanzinnige uit zijn ogen kijkt. Er is geen ontsnappen mogelijk. Langzaam wordt het donker voor haar ogen...

Recensie door Thea:
“Ik word wakker omdat ik geen lucht krijg. Ik probeer te ademen, maar iets verhindert dat. De ademnood veroorzaakt lichte paniek. Ik probeer me te bewegen, maar dan neemt de druk toe.”

Het boek Over de rand is een heftig, huiveringwekkend, beklemmend verhaal. Het waargebeurde verhaal van Arianne Grootendorst. Stel je eens voor; je ligt rustig te slapen in je bed en ineens word je wakker omdat er iemand bovenop je zit die je keel dichtknijpt. Iemand met zeer kwade bedoelingen. Het overkwam Arianne in de kille nacht van 18 februari… 

“Hoop, heel even is er een glimp van hoop dat hij weg zal gaan. Maar dan heeft hij snel zijn arm omhoog. Met volle kracht laat hij het mes neerdalen. Hij kijkt me recht in de ogen en ik zie een eerste blik van voldoening, vlak voordat het mes mijn hals doorboort, hard en diep.”

De dader heeft een mes bij zich waarmee hij dreigt. Arianne kan geen kant op. Hij bindt haar handen vast en verkracht haar op brute wijze. Het lukt Arianne haar handen stiekem los te wrikken, maar de dader steekt haar met een mes in haar hals met de bedoeling haar van het leven te beroven. Arianna bloedt hevig waarna de dader haar kamer verlaat. Arianna kan haar linkerarm niet meer bewegen en het lukt haar niet om 112 te bellen. Ze is doodsbang, weet niet of de dader ook echt vertrokken is uit haar woning, maar ze weet wel dat ze moet vluchten op zoek naar hulp. Ze besluit het via haar balkon te proberen. Daar hangt een scheepstouw voor het geval er brand mocht uitbreken. Met haar rechterhand weet ze zich via dit touw naar beneden te laten zakken. Ze  komt terecht op het balkon van haar onderburen, hier woont een arts in opleiding met zijn vriendin, die ze weet te alarmeren… 

“Wie heeft dit gedaan? Wie haat mij zo dat ik dood moet? Ik weet het niet. En hij zal niet stoppen. Hij gaat door. Dat weet ik zeker. (..)Ik wil iets doen. Ik word gek van het wachten. Ik wil dat hij snel gevonden wordt. (..)Ik moet controle zien te krijgen over de situatie, want ik verlies de volledige grip op mijn leven. Ik moet denken en actie ondernemen.”

Arianne wordt opgenomen in het ziekenhuis waar haar vrienden iedere avond op de gang de wacht houden. De dader loopt immers nog op vrije voeten, zal hij haar opzoeken om haar alsnog te doden? Nadat ze is ontslagen uit het ziekenhuis duikt Arianne onder. De dader vroeg aan Arianne of zij weet wie hij is, kent zij hem? Wie is hij, was het een bekende, waarom koos hij haar als slachtoffer, was zij een willekeurig slachtoffer, wat was zijn motief? Ze bijt zich vast in het onderzoek naar de dader en wil alles over hem en soortgelijke misdadigers te weten zien te komen. Ze besluit een dossier over alle verkregen informatie aan te leggen in de hoop antwoorden op haar vragen te krijgen. 

“De dader is gepakt, maar feit blijft dat een vreemde zomaar je huis kan binnendringen en je van het leven kan proberen te beroven. Wat zegt dat over de waarde van mijn leven? Ik voel me heel nietig en kwetsbaar..”

Na een paar maanden wordt de dader gearresteerd wanneer hij het huis van een volgend slachtoffer binnendringt. Hij wordt betrapt door de vriend van deze vrouw en wordt na een achtervolging op straat door de vriend en het beoogde slachtoffer overmeesterd. Hij had een tas bij zich met daarin een zgn. rape-kit en een hakbijl. Na zijn veroordeling bekent de dader dat hij met deze bijl de hersens van het beoogde slachtoffer had willen inslaan. Ook verklaart hij dat hij meer slachtoffers heeft gemaakt. Bewijs hiervoor wordt nooit gevonden. De dader blijkt aan paranoïde schizofrenie te lijden en wordt veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. 

“Dat gezicht. Die ogen. Die mij doodsangsten hebben laten uitstaan. Ze doen me niets. Dit gezicht vertoont geen overeenkomsten met het gezicht dat ik me herinner uit die duistere nacht. (..) Ik heb het overleefd. Ik heb het gevoel dat ik heb afgerekend met de reus. We zijn samen in één ruimte geweest, zonder machtsverhouding en zonder de mij zo bekende doodsangst. Ik ben er nog lang niet, maar ik ben wel los van mijn monster. Het blijkt een emotieloze, uit de kluiten gewassen, zieke figuur.”

Met stijgende bewondering lees ik Arianne’s verhaal. Bewondering voor deze krachtige en moedige vrouw. Arianne, slachtoffer van een gruwelijke misdaad, besluit om de confrontatie met haar dader aan te gaan. Een confrontatie die haar goed doet. 

“Ik voel niet de behoefte om te huilen en ik voel ook geen blinde woede. Wat ik wel voel is een enorme gedrevenheid om de volgende zaken te verwezenlijken: alles te weten komen over Velthoos, zelf herstellen en doorgaan met leven. Schrijven zou me kunnen helpen. (..)Het enige verontrustende gevoel is dat van vervreemding. Ik drijf af van de werkelijke wereld en blijf hangen in die van Velthoos.”

Met vallen en opstaan lukt het Arianne om haar leven weer opnieuw in te richten. Ze verhuist en schaft een hond, Jack, aan. Ze besluit als therapie haar verhaal toe te vertrouwen aan het papier, met dit boek Over de rand als resultaat. Zeer gedetailleerd schrijft zij over die nacht in februari, de opsporing van de dader, de strafzaak en de moeizame verwerking van deze traumatische ervaring. Haar persoonlijk verhaal wordt afgewisseld met stukken uit het politiedossier; fragmenten van proces-verbalen, getuigenverklaringen, verhoren en het daderprofiel, daarnaast fragmenten van psychologische onderzoeken van de dader.  

“Ik kan die nacht niet delen met anderen. Wel in woorden, maar niet in gevoelens.”

“Maar ik heb nieuwe wegen gevonden om ermee om te gaan. En ik leef. Ik leef in de toekomst. (..)Ik zie de toekomst in het opgroeien van mijn dochter. En in de toekomst zal ik blijven genieten van het heden.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.